tateren

/ˈtatərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. op een luchtige, luidruchtige manier onzin uitkramen
    Wat kletste deze amusante satire van Olivier Assayas ons vrolijk de oren van onze kop. Nu Woody Allen de tijd die hem nog rest op het strafbankje moet uitzitten, vinden zijn fans onderdak bij de Fransman. Ook hij neemt de zelfverklaarde, culturele elite nog niet half zo ernstig als ze dat zelf doet. Hier laat hij ze maar tateren over wat het boekenvak al dan niet te wachten staat. De Standaard 22 januari 2019 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20190121_04121354 Wie praat, die bestaat]

Etymologie

*(klanknabootsing) van het geluid van een trompet of luid pratende mensen