teer

/ter/

Wat is de betekenis van teer?

teer betekent: olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit

Betekenis en uitleg van teer

Het woord 'teer' verwijst naar een donker, viskeus product dat vaak wordt gewonnen uit hout of steenkool. Het wordt gebruikt voor verschillende toepassingen, zoals het beschermen van hout tegen verrotting en als bindmiddel in asfalt.

Je komt het woord 'teer' vaak tegen in de bouw- en constructiesector, waar het gebruikt wordt voor het behandelen van daken en wegen. Daarnaast heeft het een historische betekenis in de scheepvaart, waar teer werd gebruikt om boten waterdicht te maken. De nuance van het woord kan variëren van een materiaal dat bescherming biedt tot een ongunstige associatie, zoals bij de term 'teerhartig', wat verwijst naar iemand die erg gevoelig of kwetsbaar is.

Voorbeelden

  • De aannemer gebruikte teer om het dak van het nieuwe huis waterdicht te maken.
  • Tijdens het onderhoud aan de boot werd er nieuwe teer aangebracht om de romp te beschermen.
  • Hij voelde zich teerhartig na de kritische opmerkingen van zijn collega.

Woordoorsprong

Het woord 'teer' komt van het Oudgermaanse 'tairaz', wat verwijst naar een soort hars of kleefstof.

Veelgestelde vragen over teer

Wat is de betekenis van teer?

teer betekent: olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit

Wat zijn synoniemen van teer?

Synoniemen van teer zijn: teder, delicaat, broos, breekbaar, dun.

Etymologie

*Afkomstig van Germaans *terwo-, wat waarschijnlijk afkomstig is van *trewo- ( zie ook het Engelse 'tree'), van het Indo-Europese *drew ‘boom’. Cognaat van o.a. het Engelse tar, Duitse Teer en Zweedse tjära.

Vertalingen

Engelstar, pitch, fragile
Fransgoudron, fragile
DuitsTeer, zart, zerbrechlich
Spaansalquitrán, frágil, delicado
Italiaanscatrame
Portugeesalcatrão
Arabischقطران
Turkskatran
Zweedstjära