thuishoor

Wat is de betekenis van thuishoor?

thuishoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuishoren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuishoren

Voorbeelden van "thuishoor" in een zin

  • ... dat ik thuishoor.

Veelgestelde vragen over thuishoor

Wat is de betekenis van thuishoor?

thuishoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuishoren

Hoe gebruik je thuishoor in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik thuishoor.