thuishouden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- binnenshuis houden, niet naar buiten gaan
- thuis houden en niet retourneren naar school of bedrijf‘Thuis zitten we ook met dergelijke vragen. Mijn kind hoest, die hebben we vandaag thuisgehouden. De school vraagt ouders ook om dat te doen.’
Uitdrukkingen
- zijn handen niet kunnen thuishouden — de neiging hebben iemand te slaan
- zijn handen, jatten of poten niet kunnen thuishouden — de neiging hebben iets of iemand te betasten
Vertalingen
Engelskeep at home
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek