thuishulp

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van thuishulp?

thuishulp betekent: de zorg voor hulpbehoevenden op het gebied van dagelijkse verzorging en/ of huishoudelijk werk

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zorg voor hulpbehoevenden op het gebied van dagelijkse verzorging en/ of huishoudelijk werk
  2. iemand die hulpbehoevenden helpt op het gebied van dagelijkse verzorging en/of huishoudelijk werk

Voorbeelden van "thuishulp" in een zin

  • De thuishulp is goed geregeld in Nederland maar kan natuurlijk altijd beter.
  • De thuishulp was heel vriendelijk voor de oude dame.
  • „De chauffeur heeft mij tot in het gebouw gebracht. Ik had in de auto ook leuke gesprekken met hem, over zijn vrouw en over andere dagelijkse dingen. Bij het koor zingt ook mijn dochter Mirjam. Ik had die ochtend geen sokken aangekregen, ik had de thuishulp afgebeld. Mirjam heeft dus bij het koor mijn sokken aangetrokken. Je moet inventief en geduldig zijn op deze leeftijd.” NRC Ilvy Njiokiktjien 25 januari 2017