ticket

onzijdig (het)/ˈtɪkət/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
  2. digitaal dossier voor afhandeling van een reparatieverzoek

Etymologie

*van "ticket", in de betekenis van ‘kaartje’ voor het eerst aangetroffen in 1847 In Belgisch-Nederlands ontleend via "ticket", waardoor uitspraak en meervoudsvorming verschillen.

Vertalingen

Engelsticket
Fransticket
Spaansbillete, boleto