timmer
Wat is de betekenis van timmer?
timmer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timmeren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timmeren
- gebiedende wijs van timmeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timmeren
Voorbeelden van "timmer" in een zin
- Ik timmer.
- Timmer!
- Timmer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek