timmeren
/ˈtɪmərə(n)/
Wat is de betekenis van timmeren?
timmeren betekent: (inerg) houten zaken in elkaar zetten
Betekenis
werkwoord
- (inerg) houten zaken in elkaar zetten
- (inerg) herhaaldelijk (met een hamer) op iets slaan
Voorbeelden van "timmeren" in een zin
- Hij kan erg goed timmeren; hij heeft gisteren die hele tafel gemaakt.
- Stop alsjeblieft met dat timmeren op je tafel.
Veelgestelde vragen over timmeren
Wat is de betekenis van timmeren?
timmeren betekent: (inerg) houten zaken in elkaar zetten
Hoeveel betekenissen heeft timmeren?
timmeren heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je timmeren in een zin?
Voorbeeld: “Hij kan erg goed timmeren; hij heeft gisteren die hele tafel gemaakt.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘bouwen (van hout)’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Uitdrukkingen
- Wie aan de weg timmert heeft veel bekijks — iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek
- aan de weg timmeren
Vertalingen
Engelsbuild
Fransconstruire
Duitszimmern
Spaanscarpintear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek