woorden
boek
Start
βΊ
T
βΊ
Tinka
Tinka
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
kuur, gril
Het verwende meisje kreeg steeds meer tinka's.
Etymologie
* uit het Maleis tingkah
Synoniemen
kuur
gril
aanstellerij
fratsen
nukken
Bekijk alle synoniemen β
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
π Synoniemen van Tinka
β tink
Tinka's β
Meer woorden met T
tekstloos
thuiskomt
tongzoent
toplopers
troontjes
tropeeΓ«n
taalanalyse
taalgrappen
tabakszaken
tabelletjes