toetsen

/ˈtutsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bepalen van vaardigheden van iemand door middel van een test of onderzoek
    Leerlingen worden getoetst op basis van landelijk geldende normen.

Vertalingen

Engelsattempt, test, try
Spaansensayar, intentar, probar