trainen
/xxxx/
Wat is de betekenis van trainen?
trainen betekent: (inerg) het doen van lichamelijke oefeningen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) het doen van lichamelijke oefeningen
- (ov) door middel van oefeningen een bepaalde vaardigheid opbouwen
Voorbeelden van "trainen" in een zin
- Er werd hard getraind voor het kampioenschap.
- De jongen was goed getraind als een atleet, met golven in het iets te lange roodblonde haar en een mond die net zo gevormd was als die van zijn moeder.
- Dit is iets dat wel degelijk getraind kan worden.
- Na een jaar lang plannen, lezen, onderzoeken, sparen en trainen ging mijn avontuur eindelijk beginnen, hoewel ik eigenlijk geen idee had waar ik aan begon.
Etymologie
*van het Engels
Vertalingen
Engelstrain
Fransentraîner, exercer
Duitstrainieren
Spaansentrenar, adiestrar, ejercitar
Italiaansallenare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek