trainerschap
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van trainerschap?
trainerschap betekent: het trainer zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het trainer zijn
- de functie van trainer
Voorbeelden van "trainerschap" in een zin
- De focus ligt vanaf nu volledig op het trainerschap voor de Katwijker. Hoewel hij nu nog een coach is zonder ervaring, heeft hij wel jarenlang op het veld gestaan met verschillende toptrainers.
Veelgestelde vragen over trainerschap
Wat is de betekenis van trainerschap?
trainerschap betekent: het trainer zijn
Hoeveel betekenissen heeft trainerschap?
trainerschap heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft trainerschap?
trainerschap is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je trainerschap in een zin?
Voorbeeld: “De focus ligt vanaf nu volledig op het trainerschap voor de Katwijker. Hoewel hij nu nog een coach is zonder ervaring, heeft hij wel jarenlang op het veld gestaan met verschillende toptrainers.”
Etymologie
* afleiding van trainer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek