trainerscursus

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van trainerscursus?

trainerscursus betekent: opleiding tot oefenmeester

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opleiding tot oefenmeester

Voorbeelden van "trainerscursus" in een zin

  • Sneijder heeft de ambitie om na zijn actieve carrière de trainerscursus te gaan volgen.
  • "Mijn advies is: doe de trainerscursus in Zeist. In mijn ogen zou hij een ideale jeugdtrainer zijn.

Veelgestelde vragen over trainerscursus

Wat is de betekenis van trainerscursus?

trainerscursus betekent: opleiding tot oefenmeester

Welk woordgeslacht heeft trainerscursus?

trainerscursus is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je trainerscursus in een zin?

Voorbeeld: “Sneijder heeft de ambitie om na zijn actieve carrière de trainerscursus te gaan volgen.