trainerscursus
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van trainerscursus?
trainerscursus betekent: opleiding tot oefenmeester
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opleiding tot oefenmeester
Voorbeelden van "trainerscursus" in een zin
- Sneijder heeft de ambitie om na zijn actieve carrière de trainerscursus te gaan volgen.
- "Mijn advies is: doe de trainerscursus in Zeist. In mijn ogen zou hij een ideale jeugdtrainer zijn.
Veelgestelde vragen over trainerscursus
Wat is de betekenis van trainerscursus?
trainerscursus betekent: opleiding tot oefenmeester
Welk woordgeslacht heeft trainerscursus?
trainerscursus is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je trainerscursus in een zin?
Voorbeeld: “Sneijder heeft de ambitie om na zijn actieve carrière de trainerscursus te gaan volgen.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek