tree
mannelijk/vrouwelijk (de)/tre/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opstapje dat deel uitmaakt van een trapNog maar een paar treetjes en we zijn er!
- opstapje dat deel uitmaakt van een ladder
Etymologie
*Samentrekking door elisie van d uit trede.
Vertalingen
Engelsstair, step, rung
Fransmarche, barreau, échelon
DuitsStufe, Sprosse, Leitersprosse
Spaansescalón
Italiaansgradino, scalino
Portugeesdegrau
Zweedssteg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek