woorden
boek
Start
›
T
›
treinen
treinen
/ˈtrɛinə(n)/
Betekenis
werkwoord
ov
(ov) met de trein reizen
Veel mensen treinen naar Brussel.
Etymologie
*"trein" met de uitgang -en
Verwante woorden
treife
treil
treilde
treilen
treiler
treilers
Treilerstraat
treiltje
trein
trein-tram-busdag
trein-tram-busdagen
treinaanbod
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← treindienstleiding
treinenbouwer →