trommelrem

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtrɔməlˌrɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) onderdeel van een wiel, waarin twee halfcirkelvormige lichamen van binnenuit tegen de wand van een cilinder rond de as worden gedrukt, zodat het wiel door de wrijving minder snel gaat draaien en tot stilstand kan worden gebracht
    Sommige oude motorfietsen hebben een trommelrem.
    Dit hier is een ouderwetse trommelrem van een voorwiel. Hij hoort met een remkabel vast te zitten aan een hendel op het stuur.

Etymologie

* , waarin "trommel" verwijst naar de schijfvormige cilinder die de rem omvat

Vertalingen

Engelsdrum brake
Fransfrein à tambour
DuitsTrommelbremse
Spaansfreno de tambor
Italiaansfreno a tamburo