troost

mannelijk (de)/trost/

Wat is de betekenis van troost?

troost betekent: steun bij verdriet of pijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. steun bij verdriet of pijn

Voorbeelden van "troost" in een zin

  • De bronzen medaille bleek een schrale troost voor de competitief ingestelde Jan.
  • Het zou kloppen als overspel uitsluitend zou worden gepleegd met onbekenden; passanten die in een vlaag van onbeheersbaar verlangen al dan niet eenmalig troost bij elkaar zoeken.
  • Nella probeert troost te putten uit Cornelia's kordate, huiselijke bezigheden - kletterende pannen, fruitende uien, spetterend spek.

Etymologie

* In de betekenis van ‘opbeuring’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelscomfort, consolation
Fransconsolation
DuitsTrost
Spaansconsuelo, consolación
Italiaansconsolazione
Portugeesconsolo
Poolswsparcie, pocieszenie
Zweedströst