troost

mannelijk (de)/trost/

Wat is de betekenis van troost?

troost betekent: steun bij verdriet of pijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. steun bij verdriet of pijn

Voorbeelden van "troost" in een zin

  • De bronzen medaille bleek een schrale troost voor de competitief ingestelde Jan.
  • Het zou kloppen als overspel uitsluitend zou worden gepleegd met onbekenden; passanten die in een vlaag van onbeheersbaar verlangen al dan niet eenmalig troost bij elkaar zoeken.
  • Nella probeert troost te putten uit Cornelia's kordate, huiselijke bezigheden - kletterende pannen, fruitende uien, spetterend spek.

Betekenis en uitleg van troost

Troost is datgene wat je ervaart wanneer je steun en geruststelling krijgt in moeilijke tijden. Het kan komen van een ander persoon, een herinnering of zelfs een plek die je helpt om je verdriet of pijn te verzachten.

Je gebruikt het woord 'troost' vaak in situaties waarin iemand zich somber, verdrietig of verloren voelt. Het kan zowel emotioneel als fysiek zijn, zoals het bieden van een luisterend oor of een warme omhelzing. Troost kan ook zelfgekozen zijn, zoals het lezen van een boek of het luisteren naar muziek die je een goed gevoel geeft.

Voorbeelden

  • Na het verlies van haar huisdier vond ze troost in de herinneringen die ze samen hadden.
  • De warme woorden van haar vriend boden haar de troost die ze nodig had in die moeilijke periode.
  • Soms kan een rustige wandeling in de natuur de beste troost bieden als je je overweldigd voelt.

Woordoorsprong

Het woord 'troost' stamt af van het Oudnederlands 'troost', wat 'steun' of 'verzachting' betekende. Het is verwant aan het Duitse 'Trost', wat dezelfde betekenis heeft.

Veelgestelde vragen over troost

Wat is de betekenis van troost?

troost betekent: steun bij verdriet of pijn

Welk woordgeslacht heeft troost?

troost is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je troost in een zin?

Voorbeeld: “De bronzen medaille bleek een schrale troost voor de competitief ingestelde Jan.

Etymologie

* In de betekenis van ‘opbeuring’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelscomfort, consolation
Fransconsolation
DuitsTrost
Spaansconsuelo, consolación
Italiaansconsolazione
Portugeesconsolo
Poolswsparcie, pocieszenie
Zweedströst