Trui

mannelijk/vrouwelijk (de)/trœy/

Wat is de betekenis van Trui?

Trui betekent: (kleding) kledingstuk voor het bovenlichaam met mouwen, gemaakt van rekbaar weefsel zodat het over het hoofd kan worden aangetrokken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kledingstuk voor het bovenlichaam met mouwen, gemaakt van rekbaar weefsel zodat het over het hoofd kan worden aangetrokken
  2. warm stuk bovenkleding met lange mouwen, van wol of vergelijkbare vezels
  3. wielrennen (wielrennen) nauwsluitend sporthemd met korte mouwen en rits, gemaakt van kunstvezels; soms in bepaalde kleuren en motieven om de plaats in een rangschikking aan te geven
  4. sport (sport) sportkleding voor het bovenlichaam
  5. kleding, verouderd (kleding) (verouderd) broek
  6. alleen (f): vrouw, meisje of vrouwelijk dier
  7. pejoratief, persoon (pejoratief), (persoon) vrouw die of meisje dat dom of onaantrekkelijk is
  8. pejoratief, persoon (pejoratief), (persoon) vrouw die met veel mannen verkeert
  9. evenhoevigen (evenhoevigen) vrouwelijk varken

Voorbeelden van "Trui" in een zin

  • Hij trok snel een trui aan tegen de kou.

Etymologie

*[3] verkorting van de eigennaam Geertrui(-da) die vermengd is met "truie" "zeug"

Vertalingen

Engelssweater, jumper
Franspull-over, chandail
DuitsPullover
Spaansjersey, suéter, pull-over