tweeënhalf
/ˌtwejənˈhɑlᵊf/
Wat is de betekenis van tweeënhalf?
tweeënhalf betekent: (breukgetal) de breuk 2½; twee en een half
Betekenis
telwoord
- (breukgetal) de breuk 2½; twee en een half
Voorbeelden van "tweeënhalf" in een zin
- Hij is na tweeënhalf jaar gestopt.
- Ik ben tweeënhalve kilo aangekomen.
Veelgestelde vragen over tweeënhalf
Wat is de betekenis van tweeënhalf?
tweeënhalf betekent: (breukgetal) de breuk 2½; twee en een half
Hoe gebruik je tweeënhalf in een zin?
Voorbeeld: “Hij is na tweeënhalf jaar gestopt.”
Etymologie
* samenstelling van twee, en en half
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek