tweedjas
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwiːtjɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jasje gemaakt van geweven wolEr stond een kapstok waaraan een tweedjas en een vilthoed - kennelijk van haar - en op een tafeltje stonden een koperen schaal en een vaas bloemen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek