tweegezinswoning
vrouwelijk (de)/ˌtweɣəˈzɪnswonɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) bouwwerk bedoeld als verblijfplaats voor twee paar ouders met kinderenTussenmuren, doorgangen, slim verscholen sanitair: allemaal het werk van haar vader, wijst ze trots. Zo maak je van een oude boerderij een moderne tweegezinswoning.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek