tweehonderd

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwehɔndərt/

Betekenis

telwoord
  1. "200", het getal tussen honderdnegenennegentig en tweehonderdeen, twee maal honderd
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderd euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderd van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 200 is aangeduid
    Als jij tweehonderd opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 200 eenheden
    Die tweehonderd kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Etymologie

* , voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Fransdeux-cents
Duitszweihundert
Italiaansduecento