tweemanschap
onzijdig (het)/ˈtwemɑnˌsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hechte groep van twee personenGaandeweg begon ik wel te begrijpen wat de reden was dat ze zich over me ontfermden en me toelieten tot hun tweemanschapDe ene trainerswissel is de andere niet. Op 11 november nam Sjors Ultee het stokje over van Kevin Hofland, met wie hij vorig seizoen nog een tweemanschap vormde.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van twee en man
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek