tweerichtingsverkeer

onzijdig (het)/tweˈrɪxtɪŋsfərˌker/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een weg waar de voertuigen zowel de ene als de andere kant op kunnen en mogen gaan
  2. in communicatie de situatie dat iedere deelnemer zowel ontvanger als zender van boodschappen kan zijn