tweetrapsraket
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwetrɑpsraˌket/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ruimtevaart) door een omlaag (later naar achteren) gerichte ontploffing voortbewogen ruimtevaartuig, waarvan het onderste deel wordt afgestoten wanneer het het bovenste deel voldoende omhoog heeft gebrachtDit jaar begint het bedrijf aan de ontwikkeling van de BFR-raket, een 106 meter hoge tweetrapsraket met een doorsnee van negen meter.
- (figuurlijk) werkwijze waarvan het eerste deel bedoeld is om het tweede deel mogelijk te makenHet project kreeg de vorm van een tweetrapsraket: eerst een pilotwijk van 95 woningen en een school, waarvoor de gemeente 800.000 euro vrijmaakte. Daarna een proeftuin van 1.276 woningen, waarvoor het Rijk een subsidie van 6,9 miljoen euro heeft toegekend.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek