tyfus

mannelijk (de)/ˈtifʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een verzamelnaam voor een aantal ernstige epidemische ziekten
    De naam tyfus slaat eigenlijk alleen op vlektyfus, maar vlek- en buiktyfus worden vaak verward.
    Eenheid 731 experimenteerde tijdens zijn bestaan met zowat alle gevaarlijke virussen, bacteriën en epidemieën die toen bekend waren, zoals miltvuur, cholera, builenpest, salmonella, tyfus, tetanus, brucellose, botulisme, gasgangreen, malaria, pokken, meningokokkenmeningitis, tuberculose, tularemie en kwade droes.Tests werden - afhankelijk van de doeleinden - uitgevoerd op dieren, maar ook op mensen: krijgsgevangenen, gevangen verzetsmensen, politieke tegenstanders of 'verdachte' personen[https://nl.wikipedia.org/wiki/Eenheid_731 Eenheid 731 Wikipedia]
  2. vulgair, pejoratief (vulgair) (pejoratief) gebruikt als eerste deel van samenstelling om het negatieve karakter van het tweede deel te versterken

Etymologie

*[1] van Neolatijn "typhus", in de betekenis van ‘ziekte’ voor het eerst aangetroffen in 1778

Vertalingen

Spaanstifus