kanker
mannelijk (de)/ˈkɑŋkər/
Wat is de betekenis van kanker?
kanker betekent: (medisch) aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
- voortwoekerend kwaad zoals bijv. betonkanker, muurkanker
- (biologie) ziekte bij dieren, planten of bomen bijv. hoefkanker, aardappelkanker of boomkanker
- (pejoratief) gebruikt als eerste deel van samenstelling om het negatieve karakter van het tweede deel te versterken
Voorbeelden van "kanker" in een zin
- Toen bleek dat de kanker ernstiger bleek dan gedacht: het was uitgezaaid naar onder meer haar lymfeklieren.
- Van de arts wil ik de feiten weten, ik wil niet horen dat het griep is als onderzoek uitwijst dat het kanker is.
- Eén druppel bloed kan genoeg zijn om kanker vast te stellen. [http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/4173689/2015/10/29/VUmc-claimt-doorbraak-in-kankeronderzoek-druppel-bloed-volstaat.dhtml www.parool.nl]
Etymologie
*[4] gebruik van een ernstige ziekte als deel van een krachtterm
Vertalingen
Engelscancer
Franscancer
DuitsKrebs
Spaanscáncer
Italiaanscancro
Poolsrak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek