uitbouw
mannelijk (de)/ˈœydbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- activiteiten om een gebouw groter te maken
- (bouwkunde) uitspringende deel van een gebouw
- (figuurlijk) ontwikkeling gericht op uitbreiding
Vertalingen
Spaansampliación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek