uitbouwen
onzijdig (het)/ˈœydbɑuwə(n)/
Wat is de betekenis van uitbouwen?
uitbouwen betekent: een bestaand gebouw groter maken door er iets aan te bouwen
Betekenis
werkwoord
- een bestaand gebouw groter maken door er iets aan te bouwen
- (figuurlijk) een organisatie of denkbeeld verder uitbreiden
zelfstandig naamwoord
- zelfstandig gebruik van de infinitief
Voorbeelden van "uitbouwen" in een zin
- Wij hebben het huis uitgebouwd met een garage.
- Zij kon haar boetiekje uitbouwen tot een modeketen met filialen in tien landen.
- Het uitbouwen van de kerk tot een kathedraal heeft eeuwen geduurd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek