uitbreken
/xxxx/
Wat is de betekenis van uitbreken?
uitbreken betekent: (erga) zichzelf bevrijden uit gevangenschap
Betekenis
werkwoord
- (erga) zichzelf bevrijden uit gevangenschap
- (erga) plotseling beginnen van een oorlog, ramp, ziekte e.d
- (ov) het verwijderen van een deel van een gebouw, zoals een muur of een vloer
Voorbeelden van "uitbreken" in een zin
- De paarden waren uitgebroken uit de stal.
- In 1967 stond de Derde Wereldoorlog op het punt om uit te breken.
- Deze muur wordt uitgebroken en er wordt een stuk aangebouwd aan de keuken.
Vertalingen
Duitsausbrechen, ausbrechen, herausbrechen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek