uitbroeden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) eieren verwarmen totdat deze uitkomenZodra de eieren van nestvlieders uitgebroed zijn, verlaten de jongen het nest.
- bedenken, uitwerkenDie zat thuis waarschijnlijk snode plannen uit te broeden.
Vertalingen
Engelshatch out, breed
Fransfaire éclore
Duitsausbrüten
Spaansempollar, criar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek