uitbroeden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) eieren verwarmen totdat deze uitkomen
    Zodra de eieren van nestvlieders uitgebroed zijn, verlaten de jongen het nest.
  2. bedenken, uitwerken
    Die zat thuis waarschijnlijk snode plannen uit te broeden.

Vertalingen

Engelshatch out, breed
Fransfaire éclore
Duitsausbrüten
Spaansempollar, criar