uitbuiten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, pejoratief (ov), (pejoratief) op nietsontziende wijze zijn voordeel doen van de omstandigheden van iets of iemand
    De slaven werden stelselmatig uitgebuit.
    Het is goed mogelijk dat de in het nauw gebrachte Libische leider de gevangenname van de Nederlandse militairen zal proberen uit te buiten.
  2. ov (ov) benutten, voordeel (proberen te) halen uit
    Die mogelijkheid moeten we uitbuiten.
    De actrices, stuk voor stuk genomineerd voor een Golden Globe, zijn fantastisch in de rollen, die hoe langer hoe complexer blijken. Actrice Emma Stone buit haar grote ogen maximaal uit en maakt Abigail gevaarlijker dan ze eruitziet. de Volkskrant Floortje Smit 2 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/the-favourite-is-verschrikkelijk-grappig-en-oneindig-tragisch-vijf-sterren-~ba553632/ The Favourite is verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch (vijf sterren)]
    Alle gewone rechtse partijen, en zelfs het centrum, waren antisemitisch, dus die stellingname kon niemand meer voor zichzelf uitbuiten.

Etymologie

*samenstellende afleiding van uit (bijwoord) en buit (zelfstandig naamwoord) dat een werkwoord vormt