uitbuit
Wat is de betekenis van uitbuit?
uitbuit betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbuiten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbuiten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbuiten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbuiten
Voorbeelden van "uitbuit" in een zin
- ... dat ik uitbuit.
- ... dat jij uitbuit.
- ... dat hij uitbuit.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek