uitbundig
Wat is de betekenis van uitbundig?
uitbundig betekent: het gewone of de maat overschrijdend, buitensporig, bovenmatig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- het gewone of de maat overschrijdend, buitensporig, bovenmatig
- op drukke, opgewonden wijze gevoelens uitend
bijwoord
- in ruime mate
Voorbeelden van "uitbundig" in een zin
- Tussen de aanvoerders, Damaaf aan zijn rechterkant en Ruald aan de linker, liep Nemo met Schoonheid op zijn schouder door de uitbundig versierde straten van Perspektivum.
- Ik liep naar de achterkamer en liet mij achterovervallen op het wufte hemelbed. Het veerde uitbundig mee, zoals alleen hotelbed den meeveren.
Etymologie
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bovenmatig’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Vertalingen
Engelsabundant, profuse, copious, plentiful, enthusiastic
Spaansabundante, acalorado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek