uitdoen
/ˈœydun/
Betekenis
werkwoord
- (ov) uitschakelenHij deed het licht uit.
- (ov) kleding afleggenDe stripper deed tergend langzaam haar bloesje uit.
- (ov) (van aardappelen) oogsten door uit de grond te halen
Vertalingen
Engelsdouse, extinguish, put out
Franséteindre
Duitsausmachen, ausschalten, ausziehen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek