uiterlijk
onzijdig (het)/ˈœytərlək/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zoals iets of iemand er vanbuiten uitzietWie alsmaar bezig is met zijn uiterlijk, kan daar flink veel stress van ondervindenHier stond het protsvee, de Belgische wit-blauwen met het uiterlijk van bodybuilders: zware schouderpartijen, reusachtige biceps en overgeprononceerde billen.Het bleef echter pijnlijk voor Olive om te zien hoe mooi haar moeder was en hoe weinig ze zich om haar uiterlijk leek te bekommeren - haar haar zat slordig, haar jurk was verkreukeld, alsof ze hem zo uit een koffer had getrokken.
Etymologie
*afgeleid van uit
Vertalingen
Engelsappearance, aspect
Spaansapariencia, aspecto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek