uitga

Wat is de betekenis van uitga?

uitga betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitgaan

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitgaan
  2. aanvoegende wijs van uitgaan

Voorbeelden van "uitga" in een zin

  • ... dat ik uitga.
  • ... dat men uitga.