uitgave

vrouwelijk (de)/ˈœytxavə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) (vooral meervoud) bedrag dat men uitgeeft
    Om de kosten te drukken, zullen de uitgaven moeten zakken.
    Ik begon langzaam in te zien dat leven met minder spullen en uitgaven juist heel creatief kon zijn en ook veel nieuwe mogelijkheden kon creëren.
  2. reeks van uitgegeven literaire werken
    In de eerste uitgave van het boek stond een typefout die in de latere uitgaven weggewerkt is.
    Garff: 'Die uitgave was nodig omdat er zoveel gebrekkige tekstuitgaven en slordige commentaren waren verschenen.
    De ondertitel is in de Nederlandse uitgave Schotschriften tegen de gevestigde kerkelijkheid - Hoe Christus oordeelt over het officiële christendom.
  3. het uitgeven van een werk
    Manutius verzorgde tevens de fraaie uitgave van dit werk.
    De uitgave van het nieuwe boek is door onvoorziene omstandigheden met twee weken vertraagd.
  4. uitgegeven werk
    In de nieuwste uitgave van het roddelblad staan de allerlaatste nieuwtjes over beroemdheden.

Vertalingen

Engelsspending, outlay, edition
Fransdépense, édition, publication
DuitsAusgabe, Auflage, Herausgabe
Spaansgasto, edición, publicación