uitgelatenheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitbundige, grenzeloos vreugdevolle stemmingDe uitgelatenheid van de kinderen deed de ouders het ergste vrezen; meestal volgde er dan een huilpartij.
Etymologie
*afgeleid van uitgelaten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek