uitgenomen

/ˈœytxəˌnomə(n)/

Betekenis

voorzetsel
  1. formeel (formeel) niet mee in beschouwing nemend
    Dertig dagen heeft November,April, Juni en September.De andere hebben dertig en één,Uitgenomen Februari alleen,Want die heeft er viermaal zeven;'t Schrikkeljaar nog één daarneven.

Etymologie

*van Middelnederlands "utegenomen" / "uteghenomen", ; op te vatten als