uitgerekend

/ˈœytxəˌrekənt/

Betekenis

werkwoord
  1. juist, speciaal
    Oortman die de afgelopen jaren acht keer in Sri Lanka geweest en er een petekind heeft, kent het land en de katholieke gemeenschap heel goed. „Ik heb vanmorgen nog contact gehad met de katholieke familie van mijn petekind. Zij zijn niet direct getroffen, maar leven in grote angst. De aanslag, uitgerekend op het Paasfeest {{sic!|paasfeest

Etymologie

* , op te vatten als