uitscheidde
Wat is de betekenis van uitscheidde?
uitscheidde betekent: enkelvoud verleden tijd van uitscheiden
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van uitscheiden
Voorbeelden van "uitscheidde" in een zin
- ... dat ik uitscheidde.
- ... dat jij uitscheidde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek