uitspuiten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren
    De dokten had net zijn oren uitgespoten.
  2. ov (ov) een vloeistof wijd verspreid lozen
    Na elk spoelstadium wordt het spoelwater uitgespoten over een oppervlakte bij het bedrijf met vegetatie met een lage milieuwaarde, waar weinig schade kan worden aangericht.[http://www.hardi-holland.nl/spuit-info/veiligheid/inwendige-reiniging-van-de-spuitmachine inwendige reiniging van een spuitmachine]
  3. erga (erga) spuitend naar buiten treden
    Het bloed kwam uit de wond uitgespoten.
  4. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het uitspuiten in de tweede betekenis erin.
  5. enz.