uitval
/ˈœytfɑl/
Wat is de betekenis van uitval?
uitval betekent: (militair) plotselinge actie vanuit een fort of belegerde stad
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) plotselinge actie vanuit een fort of belegerde stad
- plotselingen uitbarsting van woede
- ophouden te functioneren, niet tot wasdom komen
- (industrie) tijdens het productieproces gemaakte producten die niet aan de interne kwaliteitseisen voldoen en weggegooid worden
- (veeteelt) op een boerderij de sterfte van dieren door ziektes, verzwakking of uitdroging
Voorbeelden van "uitval" in een zin
- De uitval kwam als een volslagen verrassing.
- Die uitval werd hem niet in dank afgenomen.
- Er is veel uitval onder de eerstejaars.
Etymologie
* , (stam van het werkwoord vallen)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek