uitvalarm

mannelijk (de)/ˈœytfɑlɑrm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) staaf waarvan het ene uiteinde met een scharnier aan een wand is bevestigd en met het andere aan een hangend voorwerp dat zo daarboven tegen die wand kan worden ingeklapt of van de wand af kan worden uitgeklapt
    Eén uitvalarm van de zonwering is verbogen doordat de jongens eraan gingen hangen.
  2. verkeer (verkeer) zijtak van een verkeersweg die uit de bebouwde kom leidt