uitvoer
mannelijk (de)/ˈœytfur/
Wat is de betekenis van uitvoer?
uitvoer betekent: (economie) de verkoop van goederen aan het buitenland
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) de verkoop van goederen aan het buitenland
- het verwerkelijken van iets
- (informatica) naar buiten gebrachte informatie vanuit een applicatie
- (techniek) een leiding die een vloeistof of gas naar buiten leidt
Voorbeelden van "uitvoer" in een zin
- De uitvoer van Duitse goederen was door de lage euro flink gestegen.
- Daarmee was het overbodig geworden het plan ten uitvoer te brengen.
- De uitvoer is in drie exportformaten (PDF, Excel en ASCII) beschikbaar.
- De uitvoer van het afwaswater zat verstopt, wat tot een kleine overstroming leidde.
Veelgestelde vragen over uitvoer
Wat is de betekenis van uitvoer?
uitvoer betekent: (economie) de verkoop van goederen aan het buitenland
Hoeveel betekenissen heeft uitvoer?
uitvoer heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft uitvoer?
uitvoer is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van uitvoer?
Synoniemen van uitvoer zijn: export.
Hoe gebruik je uitvoer in een zin?
Voorbeeld: “De uitvoer van Duitse goederen was door de lage euro flink gestegen.”
Uitdrukkingen
- het vonnis ten uitvoer leggen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek