uitvoer

mannelijk (de)/ˈœytfur/

Wat is de betekenis van uitvoer?

uitvoer betekent: (economie) de verkoop van goederen aan het buitenland

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) de verkoop van goederen aan het buitenland
  2. het verwerkelijken van iets
  3. informatica (informatica) naar buiten gebrachte informatie vanuit een applicatie
  4. techniek (techniek) een leiding die een vloeistof of gas naar buiten leidt

Voorbeelden van "uitvoer" in een zin

  • De uitvoer van Duitse goederen was door de lage euro flink gestegen.
  • Daarmee was het overbodig geworden het plan ten uitvoer te brengen.
  • De uitvoer is in drie exportformaten (PDF, Excel en ASCII) beschikbaar.
  • De uitvoer van het afwaswater zat verstopt, wat tot een kleine overstroming leidde.

Uitdrukkingen

  • het vonnis ten uitvoer leggen