unitariër

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorstander van eenheid
  2. religie (religie) iemand die in God slechts één persoon belijdt (en niet de Drievuldigheid)

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse unitas (eenheid) () en

Vertalingen

Spaansunitario