universalisme

onzijdig (het)/ˌyniˌvɛrzaˈlɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het universeel zijn
  2. religie (religie) geloof aan de uiteindelijke verzoening van iedereen met God
  3. filosofie (filosofie) de overtuiging die stelt dat een groep of institutie niet buitengewoon of exceptioneel is ten opzichte van een andere groep

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse versus en