universalisme
onzijdig (het)/ˌyniˌvɛrzaˈlɪsmə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het universeel zijn
- (religie) geloof aan de uiteindelijke verzoening van iedereen met God
- (filosofie) de overtuiging die stelt dat een groep of institutie niet buitengewoon of exceptioneel is ten opzichte van een andere groep
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse versus en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek