universale
onzijdig (het)/ˌynivɛrˈzalə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) algemeen geldig begrip
- (taalkunde) verschijnsel dat in haast alle talen voorkomt
- (geschiedenis) manifest dat door een vorst is uitgevaardigd
Etymologie
*de nominatief onzijdig van Latijn "universalis" "algemeen, universeel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek