universale

onzijdig (het)/ˌynivɛrˈzalə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) algemeen geldig begrip
  2. taalkunde (taalkunde) verschijnsel dat in haast alle talen voorkomt
  3. geschiedenis (geschiedenis) manifest dat door een vorst is uitgevaardigd

Etymologie

*de nominatief onzijdig van Latijn "universalis" "algemeen, universeel"