urine

mannelijk/vrouwelijk (de)/yˈrinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd
    De geur van urine is duidelijk herkenbaar.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘pis’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Vertalingen

Engelsurine
Fransurine
DuitsUrin
Spaansorina
Italiaansurina
Portugeesurina
Zweedsurin